Marlene Dumas

Het Onverantwoordelijke Gebaar – of ga terug naar waar jij vandaan komt

Geachte aanwezigen,

In een kerk (dan bedoel ik de protestantse kerk, waarin ik opgroeide) zei de dominee meestal: ‘Gemeente, broeders en zusters…’ Maar zoveel eensgezindheid zou ik niet durven veronderstellen.
‘Dames en heren’ is ook niet meer de juiste aanspreekvorm. Ik weet niet wat het juiste nu is. En ik wil niemand uitsluiten. Niet dat insluiten mijn ideaal is. Beiden – kunstenaar en publiek – zijn ons wantrouwen waard.
Het was ooit een teken van wijsheid om dat te erkennen.
De kunstenaar als twijfelaar, verbeelder van gelijktijdigheden, van contradictie en paradox. Heden ten dage wordt gezegd dat het publieksonvriendelijk is om moeilijke woorden te gebruiken. Wanneer men met musea samenwerkt, willen die overal uitleg bij – muurteksten, brochures, noem maar op, maar ze zeggen met nadruk dat moeilijke woorden moeten worden vermeden.
‘Paradoxaal’ is zo een mooi woord, zo schijnbaar ongerijmd. 

Geef mij de grote Hollandse dichter Jan Arends a.u.b.1
En toch… hierna komt toch nog een lezing, of eerder een toespraak, een vertoning. Ik ben geen wetenschapper en ook geen academicus, en jammer genoeg ook geen polyglot, dat is nu een moeilijk woord! Ik ben eerder een proefkonijn. Dat zich zelf afluistert en gebruikt om het omslachtige proces om tot de verbeelding te spreken, probeert te omschrijven. In mijn geval betreft het de eeuwige worsteling tussen woorden, beelden en gebaren. Sommige kunstenaars vinden dat hun werk het helemaal zonder woorden kan stellen. Dat is een illusie. Iedere kunstenaar die ooit in de geschiedenis bewaard is gebleven, is daar gekomen door het betoog van iemand anders. 

Praten doen wij allemaal wel, want al wordt gezegd dat wij leven in een beeldcultuur, de interpretatie van beelden blijft altijd gebonden aan teksten. Beelden spreken niet voor zichzelf, beelden vertonen zich. De aard van beelden is amoreel. Het beoordelen ervan niet. Dat ontbloot de waarden van de kijker en die is nooit neutraal. ‘Smaak’ is ook een vaak misbruikt begrip, een ander woord voor vooroordelen gebaseerd op gemakzucht. Het is maar waar je aan gewend bent. Of men zonder oordeel kan kijken, is maar de vraag. De kunstenaar wordt ook een derde persoon wanneer het werk voltooid is en het atelier verlaat en naar buiten gaat. Wat doet dit nieuwe schepsel? Beeldende kunst houdt van haar minnaars die in diverse talen kunnen spreken. Zij die nieuwe begrippen kunnen creëren voor haar gebarentaal. Zij die samen medeplichtig zijn. 

Ooit schreef ik:

they say, you can’t judge a book by it’s cover,
you can’t judge a woman by her lover,
but paintings have to be judged by their covers

and by their lovers.2

Soms werken zekere uitspraken alleen in een specifieke taal. Mijn kunsttermen zijn in het Engels verankerd. Mijn kunstopleiding was op de Engelstalige Universiteit van Kaapstad. Het foutloze Nederlands valt mij zwaar. Mijn moedertaal is Afrikaans, dat heel dicht bij het Nederlands ligt, maar ook een zeker verzet ertegen kent. (Ja, dan had Van Riebeeck maar niet naar Stormkaap moeten gaan. Dan had ik nu niet dat taalprobleem en jullie hadden dat probleem niet met mij). Maar om het nog erger te maken: dan is het ook nog het Kaaps dat het dichtst bij mij ligt. Deze oneerbiedig verbasterde taal.3

Een gedicht van de Zuid-Afrikaanse Ronelda Kamfer (1981): 

ek praat julle taal
ek eet julle kos
ek bly in julle vaderland
ek drink julle wyn
ek sing julle musiek
en liewe ooms,ek, ja ek,ek vry met julle seuns
 4 

Mijn relatie tot de geschiedenis van de beeldende kunst komt tot mijn 23ste jaar uit boeken. Boeken die voor mij selecties, beschrijvingen en waardeoordelen maken. Films zag ik wel in Zuid-Afrika, maar schilderijen niet in het echt. Het is daarom dat de verhouding tussen ‘lezen’ en ‘zien’ zo belangrijk is voor mij. Films, boeken, fotografische beelden waren aan strenge censuur gebonden. Schilderkunst was toen meestal zo ‘smaakvol’, zo ongevaarlijk – die deed niet echt mee.
Apartheid werd door de christelijke autoriteiten als wet ingevoerd en met geweld in stand gehouden. Wetten zijn regels door mensen gemaakt en kunnen door mensen bestreden worden, maar de toen heersende blanke, Afrikaanssprekende Nationale Partij deed het uit de naam van God, die wilde dat ‘mijn’ blanke beschaving beschermd werd, met een onveranderlijke ‘identiteit’ en een vastgestelde ‘cultuur’. Het is daarom dat ik beide begrippen, identiteit en cultuur, zo wantrouw en niet van ze houd. En absoluut niet als in essentie voorgeschreven vastgelegde begrippen. En net toen ik uiteindelijk dacht ervan verlost te zijn, komen zij in grote groepsverbanden ongenadig terug.
Een van mijn lijfspreuken komt van Lionel Trilling.5 Ik citeer: ‘A primary function of art and thought is to liberate the individual from the tyranny of his culture.’Dit is een belangrijk verschil tussen cultuur en kunst. Zij dienen andere doelen. Allebei zijn nodig in een samenleving. Cultuur is het behoud van (spel)regels en kunst de verandering ervan. 

U vraagt zich misschien af: waarom zo’n onooglijke titel of nare ondertitel? Het geeft de toon aan van onze tijd, waarin iedereen meent iets te weten van alles en dezelfde woorden worden gebruikt met verschillende betekenissen. 

Ik wil onze pijn benoemen.
Ik wil steeds onze namen veranderen.
Ik weet dat beelden en woorden dezelfde wijn drinken.

Er is geen zuiverheid die wij moeten beschermen.6 

Ga terug naar waar jij vandaan komt?
Hier zijn wij aangewezen op begrippen zoals oorsprong en identiteit. Waar komen wij vandaan? Van onze moeder? Zij is eerstens een lichaam, daarna taal en land. Wat de politiek ermee bedoelt, is anders dan hoe kunstenaars het verwoorden. Het is opvallend hoe vaak de metafoor van ‘land’ wordt gebruikt. De oorsprong van de kunst en de mens is uiteindelijk niet een nationalistisch land, hoeveel je ook mag houden van je geboortegrond en het wil verdedigen en beschermen. Dat is er ook, maar anders.
Astrid H. Roemer (Paramaribo, 1947) zei bij haar aanvaarding van de PC Hooft-prijs 2016: 

Geachte genodigden, beste vrienden, lieve mensen: was mij een literaire prijs toegekend vanwege het land waar ik ben geboren, vanwege mijn etniciteit, mijn sekse en gezien de aard van mijn romantische liefdeskeuzen: ik zou de prijs, hoe prestigieus ook, niet accepteren, omdat de ontwikkelingen die ik heb doorgemaakt, mij juist hebben ontkoppeld van levensfeiten waarvoor ik, welbeschouwd geen keus heb kunnen maken, ja , mijn gasten: ook de liefde is mij aangedaan.

Zij zei verder dat dat niet betekent dat deze feiten haar met rust laten, maar wat zij probeert onder de mensen te brengen is de Oorspronkelijkheid der Dingen. (Zij weet ook dat het probleem is, dat de uitdrukkingsmiddelen alle corrupt zijn. Kleur, vorm, materiaal, het notenschrift. Bètatekens, het alfabet: alle corrupt, dat wil zeggen door iedereen te manipuleren). Maar zij streeft ernaar dat haar lezers slechts ‘bevrijde woorden’ tot zich mogen nemen.
Zoals een gemiddeld persoon niet langer dan negen seconden naar een schilderij kijkt, zo worden de meeste boeken veroordeeld zonder echt gelezen te zijn, of omdat men denkt te weten waarvoor de kunstenaar staat, zal het werk ook wel zozijn en niets anders. Er was die andere dichteres die ook ooit deze prijs heeft gekregen – in 1991: de in Zuid-Afrika geboren Elisabeth Eybers (1915-2007), die zich in 1961 vestigde in Amsterdam, maar haar gedichten in het Afrikaans bleef schrijven.
Over haar schreef Gerrit Komrij: ‘Eybers (…) ontwierp dus een eigen taal, zoals elke dichter. Ze is de enige die in haar eigen taal schrijft, zoals elke dichter. Ze laat die taal verwijzen naar een niet-bestaand land, een droomland, zoals elke dichter.’8
Ooit werd mij verweten dat ik niet beiden, een Zuid-Afrikaanse en een Nederlandse kunstenaar, kon zijn: 

She can’t have it both ways
I don’t want it both ways,
I want it more ways.

Het is ook vaak letterlijk zo dat de beste Nederlandse kunstenaars hun belangrijkste werk niet in Nederland hebben gemaakt: Van Gogh niet, noch Mondriaan of De Kooning. De duurste levende schilder van de wereld in de negentiende eeuw, Alma Tadema uit het Friese Dronrijp, deed het in Londen en Arie Scheffer uit Dordrecht (Zuid-Holland) in Parijs.
Ik maakte ooit, in mijn tweede jaar in Holland, een met potlood gekraste lijntekening met de titel erop: Ons Land Licht Lager dan de Zee. Geïnspireerd (de titel dus, niet het beeld) door een foto van een kind die het op het schoolbord moest schrijven. Het uiteindelijke werk verwijst naar Nederland, maar ook naar het gegeven dat wanneer het psychische land dat men bewoont lager ligt dan de zee, men constant in de vrees van emotionele overstroming leeft. Vreemd is dat terwijl mijn werken vaak naar gegevens buiten mijzelf verwijzen, het meestal wordt beschreven als zeer subjectief en emotioneel. 

‘De geschiedenis van de hedendaagse schilderkunst is, kort geformuleerd, de strijd tegen de catalogus geweest…’ schreef Barnett Newman omstreeks 1944 als aantekening voor een concept-voorwoord in de catalogus van de tentoonstelling van een vriend van hem.10 

Hij stelt dat de catalogus het tot taak heeft om de aandacht van de beschouwer op het onderwerp van het schilderij te richten, terwijl de moderne kunstenaar zich juist uit de boeien van het onderwerp heeft gevochten. Hij maakt dan ook een onderscheid tussen onderwerp en subject van het werk die per definitie metafysisch was. Hij formuleert zelf de voorwaarden waarbinnen zijn kunst functioneert.
Vanaf mijn eerste solotentoonstelling heb ik altijd zelf iets erbij geschreven, niet om het werk goed te praten, maar om een context te geven.
In 1992 werd ik gevraagd om mee te doen aan een symposium in het Van Abbemuseum in Eindhoven: Writing about Art. Aangezien moderne visuele kunst internationaal is, was de voertaal Engels. De bijdrage van de Fransman was niet te verstaan, terwijl zijn tekst zelf goed vertaald was.
Mijn bijdrage ging ongeveer zo : 

Ik geloof, ik geloof in de macht van woorden vooral van het GESCHREVEN WOORD
ik heb geluisterd en de macht van het woord gezien.
Ik heb de kracht van de herhaling ervaren. De bedwelming van ritmisch retorisch opzwepen 

Ik houd van woorden, of liever gezegd: wat is er erotischer dan een lichaam met sexappeal? Een zin met sexappeal. 

Ik schrijf omdat ik plezier beleef aan schrijven.
Ik schrijf over kunst omdat die een (veilige) context biedt. Het is een voorrecht om te kunnen lezen en te kunnen worden gelezen. Wat een genot om gesprekken te voeren met mensen (dood of levend) zonder ze te hoeven zien. 

Ik schrijf omdat ik vrees voor de autoriteit van het geschrevene.
Ik word beïnvloed door de WET. De Wet is al geschreven. Als je uit Zuid-Afrika komt, weet je dat een komma of een haakje meer of minder iemand het leven kan kosten. Een goede advocaat (een uitlegger van de wet) is van levensbelang. Je hoeft geen ontzag voor de wet te hebben, maar je moet haar mazen kennen om eraan te kunnen ontsnappen: of om haar te herzien. 

Ik wil opgroeien, opstaan, ook al hou ik meer van liggen (ik schrijf liggend, in bed meestal). 

Ik schrijf over mijn eigen werk omdat ik voor mezelf wil spreken.
Ik ben misschien niet de enige autoriteit, of de beste autoriteit, maar ik wil meeschrijven aan mijn eigen geschiedenis. Waarom zouden kunstenaars moeten worden bevestigd door autoriteiten van buitenaf? Ik word niet graag bevoogd en gekoloniseerd door welke Jan, Piet of Klaas (mannelijk of vrouwelijk) die zich aandient. 

Het intimiderende en onderdrukkende gebruik (of misbruik) van theorie.
Op de academie voelde ik me gekrenkt door de uitdrukking ‘zo stom als een schilder’. Schilders werden kennelijk niet in staat geacht tot enige serieuze kritiek op hun eigen veronderstellingen (en ook nu nog niet). Toch is het theoretiseren als het criterium voor intelligentie door velen aangevochten. Marguerite Duras: ‘Het wordt al eeuwen bestreden. Het had al lang de kop ingedrukt moeten zijn en het zou moeten opgaan in een reveil van de zintuigen, zich moeten verblinden en stil zijn.’
Er zijn meer manieren om te schrijven dan de menselijke geest zich kan voorstellen. Ik zou liefdesliederen willen schilderen en willen schrijven als een rapsong… 

Ik schrijf over kunst omdat ik mij wil distantiëren van de toon van de meeste kunstbeschouwingen. Ik ben geïmponeerd noch teleurgesteld door de Kunst, omdat ik nooit heb geloofd in kunst als de Grote Blanke Hoop; of een overspannen beeld van kunstenaars (als personen) heb gehad.11 

Martelaren – dat waren mijn rolmodellen. Niet beeldende kunstenaars. Hoe kon dat ook anders, met de Bijbel als mijn eerste boek. Met een onschuldige aan een kruis, die zich niet verdedigde. Doen zoals hij zou hebben gedaan. Wat een opdracht! Van kunst en schilderen maken stond er niets. Alhoewel, was beelden maken eigenlijk niet verboden als afgoderij? Ja, het is te lezen hier in deze kerk, als wij de Tien Geboden mogen geloven. 

4 Jy mag vir jou geen gesnede beeld of enige gelykenis maak van wat bo in die hemel is, of van wat onder op die aarde is, of van wat in die waters onder die aarde is nie. 

5 Jy mag jou voor hulle nie neerbuig en hulle nie dien nie; want Ek, die Here jou God, is ’n jaloerse God…
(Exodus 20:4-5) 

Maar ja, misschien was niet alles letterlijk bedoeld. 

Het is wel belangrijk om te weten waar wij vanavond zijn. Al weten wij dan niet precies waar wij hiervoor overal waren. Omdat de plaats waarin wij ons vanavond bevinden, de Pieterskerk in Leiden is, wil ik uw aandacht voor de grafstenen hier.
Aangezien er een faculteit van de geesteswetenschappen bestaat, mogen we niet de geesten vergeten. Zij zijn in een voortdurend aanwezigheid hier, de doden.
Zoals één van de gedenkstenen over het hiernamaals meldde: ‘Zo niet eeuwig, dan ten minste voor zeer lange tijd!’ Geschiedenis, liefde – alles draait om de tijd. En wie het lot bepaalt. Hoeveel tijd hebben wij nog? Wij hebben hier een half ontblote Griekse dame, een schikgodin, die het onafwendbare draad gaat doorknippen en die ons in de gaten houdt.
En dan, één van de oudste grafstenen hier, ’n kwetsbaar liefdespaar – twee nu geslachtloze figuren, zo naakt geworden door slijtage, door de tijd gelijk gemaakt… Petrus Camper, die ons leerde over de zang van kikkers, Carolus Clusius, die de Turkse tulp naar Europa bracht en wat een mooie Hollandse bloem werd het, nietwaar ? Ik dwaal af.
Terug naar het hoofdverhaal. In het begin was het Woord en het Woord is Wet geworden. Of was het toch de blik die eerste was? Eigenlijk was de duisternis nog eerder daar en niet kwaadaardig, slechts te alleen, maar mijn God is waarschijnlijk weer een ietwat andere dan die van Huizinga. God blijft ook van gedaante verwisselen, zoals het hem uitkomt. Ik houd hem vanavond als een manlijke personage in ons theater aan. Laten wij ervan uitgaan dat God bestaat zoals boeken bestaan. 

Wetboeken
Even naar een van mijn grote liefdes, een bewegende beeld, een van de belangrijkste films gemaakt en een van de laatste in het tijdperk van de stomme film. La Passion de Jeanne d’Arc, 1928 van de Deen Carl Theodor Dreyer.12
In deze film is er het narratieve dat de mannen vertegenwoordigt en het beeld, of visuele elementen, die als vrouwelijk, subversief het verhaal lijken te ondermijnen. Het eerste filmbeeld van La Passion de Jeanne d’Arc is een close-up van het boek waarop het verhoor is gebaseerd. Die autoriteit van het boek is aan de orde in Dreyers films. Hij worstelt met zijn wantrouwen tegen zowel het woord als het beeld. Wat bijzonder is aan Dreyer is de intense emotionaliteit waarmee zijn films de worstelingen van zijn heldinnen tonen tegen het Gebod van het Woord. Dreyer focust alleen op haar verhoor, de vragen en antwoorden die heen en weer gaan tussen haar en haar mannelijke rechters. Hij vertoont niet haar heroïsche militaire daden of haar omgang met anderen buiten deze gevangenis.
Door het nu beroemde gebruik van close-ups, focust hij op de onophoudelijke druk van de geleerde juristen en theologen om de ongeletterde Jeanne te dwingen een bekentenis te ondertekenen. Zij bepalen wat relevant is met betrekking tot deze zaak. Zij stemmen ‘democratisch’. Het is niet voor niets dat Antonin Artaud, de enige die haar goedgezind is, een bijrol in deze film kreeg.13 Haar grootste crisis komt wanneer zij haar handtekening zet en haar martelaarschap volgt, als een gevolg op het uiteindelijke afwijzen van die bekentenis. 

Niet om mij met haar te vergelijken, maar wanneer ik mijn handtekening ergens plaats, voor wat voor doel dan ook, maar vooral om een schilderij het publieke domein van de openbaarheid in te laten gaan, maakt een grote angst zich van mij meester. 

Salman Rushdie:
Ik groeide op met het kussen van boeken en brood. Wanneer bij ons thuis iemand een boek liet vallen of een chapati – ons woord voor een driehoekig stuk gezuurd brood met boter erop – moest het gevallen voorwerp niet alleen opgeraapt, maar ook gekust, als vorm van verontschuldiging voor die daad van lompe oneerbiedigheid. Ik was zo slordig en onhandig als alle kinderen en heb dan ook, in mijn kinderjaren, heel wat ‘sneetjes’ en ook een flink aantal boeken gekust.
In vrome huisgezinnen in India vond men vaak, en vindt men nog steeds, mensen die de gewoonte hebben heilige boeken te kussen. Maar wij kusten alles. We kusten woordenboeken en atlassen, we kusten kinderboeken van Enid Blyton en stripboeken over Superman. Als ik ooit een telefoonboek had laten vallen, zou ik ook dat waarschijnlijk hebben gekust. Dit speelde zich allemaal af voordat ik ooit een meisje had gekust. Ik zou bijna naar waarheid kunnen zeggen – zeker als schrijver van fictie – dat, toen ik eenmaal meisjes begon te kussen, mijn activiteiten met betrekking tot brood en boeken iets van hun bijzondere sensatie verloren. Maar je eerste liefde vergeet je nooit.
14 

Mijn Vader las geen boeken. Hij ging wel ’s avonds de krant halen voordat hij naar de kroeg ging en chocolade voor mijn moeder kocht. Vrouwen mochten niet in de kroeg komen. Het was tegen de wet. Mijn moeder las wel. In Europa leerde ik eerst de kroeg en toen het museum kennen.
Dat de boekdrukkunst ooit zoveel tegenstand opriep – met een gevleugelde uitdrukking rond 1500: ‘de pen is een maagd maar de boekdrukkunst een hoer’ – klinkt bijna van onze tijd, waarin ook bezwaren worden geuit dat de media communicatie blijven versnellen en veranderen. In de vroege Middeleeuwen lazen de monniken in stilte om de andere monniken niet te storen. Door in stilte alleen te lezen, verandert gedrag.

Schilderijen zijn eigenlijk ook een zaak van ‘in stilte’ kijken, maar dezer dagen lijkt dat uit gratie te zijn. Met hun headphones staan mensen voor de schilderijen en kijken er niet naar, maar luisteren ernaar. En staan in de weg en nemen alle ruimte op, voor een ander die wel, zonder woorden, wil kijken. Tegelijk goed kijken en luisteren is moeilijk, indien niet onmogelijk. 

Laten wij naar Rembrandt gaan
Rembrandt werd niet alleen ooit geprezen als de Shakespeare van de beeldende kunsten, maar werd ook zwaar bekritiseerd als een druilerige sombere schilder in wiens smoezelig coloristische systeem alle kleuren verkeerd waren. En het mist de louterende vertroosting die men verwacht van kunst. Er was geen transformatie, alleen confrontatie. Zijn modellen werden als vulgair en afschrikwekkend gezien.
Deze lichamelijkheid en donkerte werden niet alleen als lelijk, maar ook als slecht gezien. Wanneer men licht als goed en duisternis alleen als slecht beoordeelt – als polaire begrippen – dan kunnen wij kunst niet waarderen.
Waarom gruwelijkheden toelaten? Graham Greene zei, toen men hem vroeg of hij in God geloofde: ‘I believe in the evil of God.’15 
Kijk naar het schilderij Het offer van Abraham. De zoon ligt halfnaakt op de voorgrond, terwijl Abraham, de monotheïstische vader van de joden, de moslims en de christenen, het mes loslaat en laat vallen waarmee hij de keel van de jongen wilde doorsnijden. Kijk naar de verstikkende vaderhand over het gezicht van het kind. God vraagt een vader om zijn eigen zoon te doden, terwijl zijn heilige gebod luidt ‘Gij zult niet doden.’ 
Hier toont onze Vader zijn allesoverschrijdende amoraliteit.
Neem het ontroerende Lucretia, mijn favoriete Rembrandt. Niet de verkrachting wordt uitgebeeld, maar Rembrandt toont het psychologische effect van de gewelddadige daad die aan haar alleenheid voorafgaat. Niet het voyeurisme van het machtsmisbruik, maar het gevolg wordt verbeeld.16 

Titels
Vroeger had een schilderij geen echte titel, het was een beschrijving van, of verwees naar een verhaal, meestal bekend aan ieder die dezelfde cultuur deelde. De vraag waarover het zou gaan, was duidelijk. Of het goed werd weergegeven, kon tot discussie leiden, maar het onderwerp leek bekend. Met de moderne tijd kwam daar verandering in. 

Waiting for Meaning is een voorbeeld van een schilderij waar de titel niet de voorstelling beschrijft, maar wijst op een instelling of houding van de kunstenaar tot de kunsten. Het wijst onder andere op het feit dat het onderwerp van het schilderij niet een afgebeeld persoon is, maar een bewustzijn weergeeft: dat ‘betekenis’ verwácht wordt van een beeld. 
De figuur zelf is ambigu. Een en al suggestie. Een duidelijke geslacht of leeftijd is niet aangeduid. Kleding die de afbeelding in een historische tijd kan plaatsen, is afwezig. 
Dit beeld werd altijd als vrouwelijk beschreven, mede omdat het vrouwelijke vroeger meestal als ‘het wachtende’ werd voorgesteld. Kunst zelf werd ook in de Oudheid als vrouwelijk gezien. 
Ik schreef in 1989 I won’t wait for the authority of Meaning. Het beeld mag van mij in zijn openheid, onvoltooid in betekenis blijven. Ik wacht niet en leg mij niet neer bij het vastleggen van één betekenis. 

Wachtkamers
Modellen wachten op kunstenaars om hun betekenis
te geven.
Meisjes plachten te wachten op jongens.
Patiënten wachten op dokters.
Kunst wacht op niemand. 
Kunst zorgt voor niemand.
Kunst spreekt niet tenzij ze aangesproken wordt.

Kunst is alleen metaforisch een taal, niet letterlijk. 17 

Elizabeth Eybers dicht met een andere toon over het wachten. 

Verhaal
’n Vrou het stil geword van baie wag […]
haar stilte en krag skoner als die ding waarop sy wag 
18 

Naaktheid
Laten wij de naakte man als erotische aanwezigheid bekijken. Het is niet zo dat naakte mannen en jongens helemaal nergens worden afgebeeld. Ja, niet in Hollywoodfilms – een blik op het manlijke naakt wordt zo bewaakt alsof zij geen oorlog meer kunnen voeren als men hun geslacht zou aanschouwen. Mijn mannen worden veel minder besproken dan mijn vrouwen. Een goed voorbeeld van hoe biografische kennis ‘kijken’ in de weg staat, is de volgende beschrijving van het werk Male Beauty in een museumtijdschrift: ‘Zwart-wit. Marlene Dumas schildert baby’s, seks, apartheid en tederheid. Zelf zegt ze dat ze zich richt op tegenstellingen van alle slag. Die interesse in tegenstellingen nam ze mee uit Zuid-Afrika, waar ze opgroeide. In dit naakt schildert ze de apartheid als de roze billen van een zwarte man.’
Een voorbeeld van hoe achtergrond de plaats inneemt van voorgrond.
Wanneer het over westerse kunstgeschiedenis gaat en men is geïnteresseerd in afbeeldingen van de menselijke figuur, dan is het onvermijdelijk dat je je tot het naakt verhoudt. Naakte voorstellingen wil men nu in onze tijd met terugwerkende kracht graag kuisen, terwijl men wellustig zoekt naar misstappen en bedverhalen. Het is een soort ziekte van onze tijd geworden.

Poep en plas
Even een schaamteloze, zondeloze figuur laten zien. In 2006 koos ik deze ets als mijn favoriete Rembrandt, Het pissende vrouwtje, 1631.19 Zij plast niet alleen op blote voeten in de losse grond, maar het blijkt ook nog met ontlasting gepaard te gaan. Dat zag ik veel later. Dit is nu iets opvallends van de Nederlandse cultuur die mij nooit eigen is geworden. De vele verwijzingen naar poep in deze taal. Poepbruin en pisgeel… 

Cartoons – of de humor van het liefdesverdriet tussen politiek en seksualiteit.
Is bij schilderijen de relatie tussen titel en tekst nog ontkoombaar, bij een cartoon is het de kern van de zaak. Tekst en beeld doen het hier altijd samen, of in elk geval wordt een zekere kennis van zaken geïmpliceerd, zodat men een scène kan plaatsen en de afwijkingen van de norm kan begrijpen. De wisselwerking vormt de verrassing. Zonder deze specifieke combinatie is het niet grappig. Als kind reeds bewonderde ik cartoonisten en later kwamen daar stand-up comedians bij. Het directe effect. 
In mijn eerste twee jaren in Nederland had ik het voorrecht om het cultuurtijdschrift Hollands Diep te kunnen lezen. Daar kwam ik de bijzondere tekeningen van Pieter Holstein tegen.20 
Hier zijn de tekst en de bewust onhandige tekenstijl de sleutel tot het werk. Nette smaak is geen vorm voor het tragische en absurde ongeluk van ons bestaan. Na een jaar studeren in Nederland vroeg ik mijn familie in Zuid-Afrika mij een abonnement te geven op de Afrikaanse zondagskrant Rapport. Dat was een vorm van mijn heimwee en wansmaak. 

Kikkers
En dan de cartoon uit Playboy. Het is niet alleen in de Bijbel waar de dieren spreken. Het is ook in sprookjes en bij Walt Disney natuurlijk. De kikker die als prins moet worden gekust, heb ik vaak gebruikt als metafoor voor kijken naar kunst. Zonder de kus, zonder de ogen te sluiten in overgave, zie jij niets. 
Pas op wanneer padden massaal in beweging komen en op de vlucht slaan. Wanneer zij onvoorzien beginnen te immigreren, laat een natuurramp niet lang op zich wachten. 

De Amerikaanse dichter Emily Dickinson gebruikt de kikker ook als metafoor 

I’m No body! Who are you?
Are you – Nobody – too?
Then there’s a pair of us!
Don’t tell. They’d advertise – you know!

How dreary – to be – Somebody! 
How public – like a Frog
To tell one’s name – the livelong June

To an admiring Bog! 21 

Marlene Dumas Strips . No Interviews please
Zie de geseksualiseerde jonge vrouw die alsmaar gevraagd wordt naar haar gepolitiseerde geboorteland. Gedwongen wordt om te spreken, maar tegelijk gediskwalificeerd wegens haar uiterlijke verschijning – type dom blondje. 

Female artist thinking about (abstract) art
Zij denkt na in een ietwat andere houding dan de alom aanwezige ‘de Denker’ van Rodin. Maar eigenlijk is Rodins denker ook geen echte denker, alleen de titel laat jou dat denken. Zijn denker is eigenlijk een atleet die meer met zijn lichaam bezig is dan met zijn hoofd. Mijn dame, daarentegen is minder model en muze, minder natuur en meer cultuur. Zij maakt haar eigen kunst, met alle stress van dien. 
Bij mij heeft de kunstenaar als vrouw met allerlei rollen gespeeld. De pin-up, de Miss (mej.) uit de schoonheidscompetitie, het heksje op een bezemstok … Slotregels van de film, Miss Interpreted,22 

Ooit werd gezegd mannen maken geschiedenis en vrouwen autobiografieën 

Nee, het zijn niet allemaal zelfportretten. Nee, het is niet altijd mijn dochtertje
Nee, ik heb een gelukkige kindertijd gehad Nee, ik ging nooit in therapie 
Nee, ik ging nooit met museumdirecteuren naar bed
Ja, ik vind menslievendheid het moeilijkste wat er is en niet goed verenigbaar met creativiteit
Ja, ik vind dat ik aan mijzelf het beste model voor het kwade heb 

Ieder(een) wil de mens achter de kunstenaar vinden, alsof daar zich de echte betekenis van het werk bevindt. 
Ik schreef ooit over betekenis: 

Het kunstwerk als misverstand
Er heerst een crisis met betrekking tot Representatie.
Er wordt gezocht naar betekenis alsof het een Ding is. Alsof het kunstwerk een meisjie is die haar broekie zou moeten uittrekken, zou wìllen uittrekken zodra de juiste interpretator langs zou komen.
Alsof er een broekie waren die wij zou kunnen uittrekken
.23 

This way Stanley Brouwn
De korte biografie in de beeldende kunst samen met een verplichte portretfoto is een ongeschreven wet geworden die verstikkend werkt. Stanley Brouwn (1935-2017) is een van de meest radicale en belangrijkste conceptuele kunstenaars en zover ik weet de enige beeldende kunstenaar die zich daartegen in zijn geheel heeft verzet. Het gaat niet alleen om privacy – een van de groot issues van onze tijd – maar ook om de vrijheid om de spelregels te breken. 
Na 1970 besloot hij om geen interviews meer te geven en op zijn verzoek verschenen er van hem en zijn werk ook geen foto’s meer. Biografische en anekdotische ruis zouden zijn kunst in de weg staan. Zich ervan bewust dat hij in Suriname geboren is, schreef men misschien onbewust vaak zijn naam verkeerd als Brown. Hij schittert door zijn afwezigheid. Brouwn gebruikt ook nooit in zijn werk de eerste persoon. Hij vertegenwoordigt als kunstenaar een ‘land dat breder is’ dan zijn persoonlijke achtergrond. ‘Mens loopt op de planeet aarde.’ Afstand en maat zijn zijn materiaal.24 Waarnaartoe kan men gaan – men kan in de ruimte oplossen. 
Kunst kan energie teweegbrengen. ‘Kunst is zien en herkennen dat het altijd anders kan. Dat is wat kunstenaars laten zien als ze iets nieuws maken,’ schreef Rudi Fuchs ooit.25 

Is kunst een spel? Er is geen winnaar en verliezer, want het gaat niet om dat soort strijd. Men zoekt beweegruimte. De dichter K. Michel verwees naar de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach. Ik speel niet. Ik zoek speling.26 

Is kunst goed voor ons? Worden wij er betere mensen van? 

Eddy de Jongh zei in 1992 in zijn Huizinga-lezing ‘Kunst en het vruchtbare misverstand’: 

‘Kunst, zelfs grote kunst, – ik stip het volgende misverstand aan – verheft de mens moraliter niet en verandert hem evenmin van karakter. Zou dat wel zo zijn, zouden het Verlichtingsideaal en de verwante idealen die erna kwamen, de beoogde effecten hebben gesorteerd, dan zou de wereld er anders, er mooier hebben uitgezien. Dat liefde tot de kunst ook uitstekend samengaat met intense slechtheid, kan aan de hand van vele historische figuren afdoende worden aangetoond.’ 

De kunst gaat ons niet redden, maar zijn wij eigenlijk goed voor de kunst? Huizinga schreef dat alle cultuur een streven in houdt.’ 27 En ik denk: kunst is begeerte. 
W. H. Auden: ‘We are all here on earth to help others: what on earth the others are here for, I don’t know.’28 

Het ‘Onverantwoordelijke Gebaar’
Deze titel verwijst naar het fysieke in het maken van een beeldend kunstwerk. Dat proces is niet ondergeschikt aan woorden. Het gebaar waardoor het ontstaat, ‘staat’ niet voor iets, zoals een woord voor iets anders staat. Het is niet onderdanig aan het woord. Daarom koos ik voor het woord ‘onverantwoordelijk’.

In mijn biografie staat van alles, maar niet dat ik nog steeds boos ben op mijn schooljuf, die mij lijfstraf gaf op mijn 6de jaar voor mijn onverantwoordelijke daden. Ja, die juf van het schilderij The Teacher Sub A) voor mijn onverantwoordelijke gebaren. Elk kind kreeg een papier met vier rondjes erop, die vier ballonnetjies moesten voorstellen en er moesten dus vier lijntjes bij getekend worden, die voor vier touwtjes zouden staan. Met veel plezier werd het bij mij een wirwar van lijnen. Maar dat was dus helemaal fout. Deze onbedachtzaamheid. Zou dit niet de werkelijke reden zijn waarom ik kunst maak? Dat ik over mijn eigen gebaren kan beslissen.

Laat Baudelaire het afsluiten: ‘Wees altijd dronken!’ Dat is alles, het enige wat ertoe doet. Om niet de helse last te voelen van de Tijd die je schouders breekt en je naar de aarde drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken.
Maar waaraan? Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt. Maar bedrink je. En mocht je soms ontwaken op de trappen van een paleis, in het groene gras van een greppel, in de sombere eenzaamheid van je kamer en merken dat de dronkenschap al verminderd of verdwenen is, vraag dan aan de wind, de golven, de sterren, de vogels en de klok, aan al wat vliedt, al wat zucht, al wat rolt, zingt of spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golven, de sterren, de vogels, de gemartelde slaaf van de Tijd te zijn; bedrink je altijd maar weer! Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt.’29

We zijn bijna aan het einde en zoals Orson Welles ooit zei: ‘Als je een gelukkig einde wil hebben, dan hangt het ervan af waar je met het verhaal stopt.’30 

Maar als laatste: wat zeggen de dames die de schoonheidscompetitie winnen. ‘Wat wij allemaal willen is: wereldvrede!’31 

Nawoord
In de zomer van 2019 is ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Remonstrantse Broederschap de Uytenbogaert Stichting opgericht.
Deze heeft – door de instelling van een bijzondere leerstoel aan de Universiteit Leiden – tot doel om de bestudering te bevorderen van verdraagzaamheid in al haar oude vormen en actuele manifestaties te bevorderen.
De universiteit waar reeds in 1575 de theologie, rechtswetenschappen en de ‘vreemde’ talen zo een voorname plaats kregen. 


NOTEN

  1. Gedicht uit: Jan Arends (1925-1974),Verzameld werk, Amsterdam: 51 De Bezige Bij, 1984. 
  2. Oorspronkelijk gepubliceerd als onderdeel van de tekst ‘The Blonde, the Brunette and the Black Woman’. in: Der zerbrochene Spiegel: Positionen zur Malerei (catalogus), Kunsthalle Wien,Wenen, 1993: p. 154-155. 
  3. Het Kaaps-Afrikaans is een dialect van het Afrikaans dat vooral in de West-Kaapprovincie wordt gesproken. 
  4. Fragment uit de bundel: Ronelda Kamfer, Noudat slapende honde, Kaapstad: Kwela Boeke, 2008, p. 32-33.
    Ook gepubliceerd in: Pieta van Beek, Annemarie Niekerk. My mother’s mother’s mother’:Women Writings from Dutch to Afrikaans (1652-2016). Leiden: Leiden University Press, 2019. 
  5. Lionel Mordecai Trilling (1905-1975) was een Amerikaanse literatuurcriticus, essayist en docent. Trilling was lid van de groep The New York Intellectuals, waartoe ook Clement Greenberg behoorde. 
  6. Oorspronkelijk gepubliceerd als On Words and Images in Im Toten Winkel (catalogus). Kunstverein und Kunsthaus Hamburg, 1984, p. 49. 
  7. Astrid H. Roemer ‘Woord van dank’ in: P.C. Hooftprijs voor verhalend proza 2016 aan Astrid H. Roemer, Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde, Den Haag: Uitgeverij Prometheus Amsterdam 2016, p. 41. 
  8. Over Elisabeth Eybers (1915-2009) in Kunsten in beweging. 1980-2000 cultuur en migratie in Nederland. Redactie Rosemarie Buikema en Maaike Meijer. Sdu Uitgevers, Den Haag, p. 67. 
  9. Uitspraak van Marlene Dumas voor het eerst gepubliceerd in: Marlene Dumas: Intimate Relations (catalogus). Zuid-Afrika, 2007, p. 88.
  10. Thomas B. Hess, Barnett Newman – Stedelijk Museum Amsterdam (catalogus). Amsterdam: Stedelijk Museum, 1972, p. 7. 
  11. Een bewerking van de tekst oorspronkelijk gepubliceerd als ‘Why do I write (about Art)’ in: Kunst & Museumjournaal (English Edition). vol. 3, no. 4 (1992), p. 44-46 en geschreven voor het symposium Writing aboutArt, gehouden in het Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven (30 november 1991-1 december 1991). 
  12. La Passion de Jeanne d’Arc is een stomme film uit 1928, geregisseerd door Carl Theodor Dreyer (97 minuten, z/w) en met Renée Maria Falconetti (1892-1946) in de rol van Jeanne d’Arc 
  13. Antonin Artaud (1896-1948) was een Franse avant-gardistische toneelschrijver en dichter, die in 1932 ‘het theater van de wreedheid’ oprichtte. Artaud liet zijn acteurs tot op de grens van de uitputting gaan, wilde minder rationale controle en liet zijn acteurs geluiden maken en ‘wartaal’ spreken. 
  14. Salman Rushdie, Is er dan niets meer heilig? Over religie en literatuur. Utrecht: Veen, 1990, p. 51-52. Rushdie (1947) schreef deze tekst voor de Herbert Read Memorial Lecture 1990. Omdat de Britse overheid zijn veiligheid niet kon garanderen, werd de lezing uitgesproken door Harold Pinter (1930-2008). 
  15. Dit citaat is niet van de auteur zelf, maar is een uitspraak van het personage Father Rivas in de spionageroman van Graham Greene (1904-1991): The Honorary Consul, 1973.
  16. Mieke Bal schreef over The Rape of Lucretia in: Reading ‘Rembrandt’. Beyond theWord-Image Opposition.Cambridge:Cambridge University Press, 1991, p. 64.
  17. Aangepaste versie van: Marlene Dumas,‘Waiting Rooms (need TV)’, Beeld, Kunst voor de toekomst, speciale uitgave ‘Tekens vanVerzet’. Dl 4. no.1 (Jan), Amsterdam, 1989.
  18. Deze twee regels uit het gedicht ‘Verhaal’ van Elizabeth Eybers, Versamelde gedigte.Amsterdam: Van Oorschot, 1957, p. 96, werd door Cindy Kerseborn (1956-2019) uitgelicht in ‘Een roemer voor Astrid’, P.C. Hooftprijs voor verhalende proza 2016. Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde, Den Haag: Uitgeverij Prometheus Amsterdam 2016, p. 21. Zie ook de film van Kerseborn uit 2015 over Roemer De wereld heeft gezicht verloren.
  19. Rembrandt, Het pissende vrouwtje, 1631, ets. Het Rijksmuseum hanteert de titel: Waterende Vrouw.
  20. Pieter Holstein (1934) is een Nederlandse tekenaar, schilder en graficus. Hij volgde van 1954 tot 1957 zijn opleiding aan de Cooper UnionArt School in NewYork en publiceerde zijn tekeningen in het weekblad Vrij Nederland en het culturele tijdschrift HollandsDiep.
  21. De Amerikaanse dichter Emily Dickinson (1830-1886) leefde in zelfgekozen afzondering in haar ouderlijk huis. Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in Emily Dickinson, Poems – second series (edited by T.W. Higginson and Mabel Loomis Todd), Boston: Roberts Brothers, 1891. 
  22. Documentaire Miss Interpreted (Marlene Dumas), 1997. Script en regie: Rudolf Evenhuis, Joost Verhey, MM Filmprodukties, 63 minuten. 
  23. Oorspronkelijk gepubliceerd als: Marlene Dumas. ‘Het kunstwerk als misverstand’. In: Individu: Duiding,Verboden verbindingen + twijfelachtige verbanden (tentoonstellingscatalogus). ICC,Antwerpen, 1991 (ongepagineerd)
  24. In oktober 2017 toonde het Stedelijk Museum Schiedam werk van Stanley Brouwn (1935 -2017) in de tentoonstelling met de titel: Mens loopt op planeet aarde.
  25. Rudi Fuchs (1942) refereerde aan deze uitspraak in een e-mail aan Marlene Dumas in een gesprek over kunst en humanisme, november 2019.
  26. K.Michel(1958) geciteerd door Hettie Marzak (www.literairnederland.nl, 21 november 2016) over de titel van zijn gedichtenbundel Speling zoeken.Alle gedichten tot nu. Amsterdam: Olympus, 2016 
  27. Johan Huizinga, Verzamelde Werken. (Deel 7, Geschiedwetenschap. Hedendaagsche cultuur), Haarlem: Tjeenk Willink, 1951. 
  28. De Engels-Amerikaanse dichter, essayist en literatuurcriticus W.H. Auden (1907-1973) schreef dit in 1942. De Schotse whiskydistilleerder Thomas Dewar (1864-1930) zegt blijkbaar al iets soortgelijks over altruïsme in 1926. 
  29. Charles Baudelaire (1821-1867), Wees altijd dronken! (vertaald door Menno Wigman), in: Roes. Een bloemlezing over drank en drugs in woord en beeld (samenstelling Hafid Bouazza en Yves van Kempen). Amsterdam: Prometheus, 2010 
  30. Orson Welles (1915-1985) was een Amerikaans acteur, film- en toneelregisseur, scenarioschrijver en filmmaker. Hij werd wereldberoemd door zijn radio-uitzending op Halloween 1938 van The War of the Worlds. Men dacht daardoor dat New Jersey echt door marsmannetjes werd aangevallen. 
  31. Miss Congeniality is een Amerikaanse komische film uit 2000 met Sandra Bullock in de hoofdrol. Bullock speelt een FBI-agent die undercover gaat bij de Miss United States-verkiezing.