Foto’s die van boeken houden en films die van foto’s houden
Annet Gelink Gallery, Amsterdam, the Netherlands
8 September – 13 Oktober 2012
Website Annet Gelink Gallery
Text by Marlene Dumas on the occasion of the exhibition LOOK ED! Vintage photographs by Ed van der Elsken selected by Marlene Dumas, Rineke Dijkstra and Marijke van Warmerdam
Tien foto’s kiezen ?
Bijna had ik mij beperkt tot het enige boek dat ik van Ed van der Elsken in mijn bezit heb, gekocht eind jaren zeventig, tweedehands op de Nieuwmarkt, waar ik als 23-jarige kunststudent toen woonde (hij woonde daar vroeger ook ). Mijn eerste kamer in Amsterdam; mijn eerste fotoboek in Nederland: Bagara uit 1958. Het waren niet zozeer de afzonderlijke foto’s die mij opvielen (behalve dan die van het dode olifantje), maar de onderlinge relaties en de volgorde van de beelden, de sterk wisselende formaten en de ongewoon dramatische lay-out. Veel diepzwarte drukinkt, geen witte omlijstingen. De foto’s van de Banda stam, beroemd om hun muurschilderingen, vond ik fascinerend. Ik koos één foto uit deze groep: een zwarte ‘Sneeuwwitje’, slapend op haar bamboebed, met tekeningen op de muur achter haar.
Op de muur van mijn studio op de Prinsengracht eind jaren tachtig hingen vele afbeeldingen. Ook een uitnodigingskaart voor een tentoonstelling van Ed. Een foto van een jonge vrouw, verdubbeld door de spiegel waar zij tegenaan vleide. Parijs, 1953. Zijn muze van toen, Vali. Deze foto wil ik graag terugzien, nu samen met een prachtige kus waarin vele armen de hoofdrol spelen.
Hij vond het belangrijk zelf teksten voor zijn fotoboeken te schrijven. De versmelting van documentatie en fictie levert het eerste docudrama op, Love on the West Bank (1956) Vali werd nu Ann genoemd. Het Britse blad Picture Post veranderde het slot van Ed van der Elskens tekst, diens verwijzing naar een opgelopen geslachtziekte achtte men onzedelijk. Ik koos voor de oorspronkelijke laatste bladzijde van deze fotoroman.
Uit zijn grote reisboek Sweet Life (1966) met foto’s uit onder meer Zuid–Afrika, India en Japan, koos ik beelden van Amerika en Mexico. Het is opvallend hoe hij bewust een lieve titel koos voor foto’s van minder lichte onderwerpen.
Opmerkelijk is hoe Van der Elsken foto’s, teksten en afbeeldingen opnam in zijn films. Met liefde en geduld beweegt zijn camera langzaam over het therapeutische opiumschilderij van Vali Mijers in Death in the Port Jackson Hotel (1972 ). Ook Dylabe (1962), over Sandbergs afscheidstentoonstelling in het Stedelijk Museum, begon met het filmisch aftasten van portretfoto’s van de deelnemende kunstenaars. In zijn allerlaatste film Bye (1990) zijn zelfs röntgenfoto’s van zijn dodelijke tumoren gefilmd, door de kunstenaar zelf becommentarieerd.
Uiteindelijk heeft mijn selectie grotendeels te maken met kunstuitingen, met culturele riten en plaatsen waar kunst zich manifesteert: het Guggenheim museum voor moderne kunst in New York (letterlijk en figuurlijk wit) (Zo mooi het toeval dat Rineke daar nu een retrospectieve heeft). The Black African American Museum, eveneens in New York. De winnares van een Miss Artist Model Competition (die mij herinnert aan mijn dochter en die gemaakt is in mijn geboortejaar 1953), twee grofkorrelige nachtfoto’s van Chet Bakers optreden in 1955 in het Concertgebouw in Amsterdam (flitsen mocht niet). Een religieus ritueel in Mexico met een dronken pelgrim, slapend op de grond.
Tenslotte koos ik foto nr. 213, die Van der Elsken in Once Upon A Time 1925-1990 beschreef als zijn laatste foto: The picture I never took . Deze onzichtbare foto is mijn nummer tien.
Marlene Dumas
Amsterdam, juni 2012
